Nieuwe reglementering in de strijd tegen sociale dumping

In de nieuwe reglementering overheidsopdrachten die de Europese Richtlijnen omzet en die op 1 juli 2017 van kracht zou moeten worden, wordt bijzondere aandacht besteed aan de strijd tegen sociale dumping. Hieronder wordt kort ingegaan op 2 concrete maatregelen, die vrijdag 17 februari j.l. werden goedgekeurd op de Ministerraad en waarop de aannemer zich best tijdig en goed voorbereid.

1. Erkenning van alle onderaannemers in de keten Voor opdrachten van werken zullen alle onderaannemers in de keten erkend moeten zijn overeenkomstig de Wet van 20 maart 1991. Concreet betekent het voorgaande dat elke onderaannemer dient te beschikken over een Belgische erkenning of een gelijkwaardige buitenlandse erkenning, dan wel kan aantonen dat hij op een equivalente manier voldoet aan de voorwaarden voor het bekomen van een erkenning. Deze erkenningsvereiste geldt, zoals voordien, evenwel niet voor opdrachten waarvan de bedragen niet hoger zijn dan € 75.000 voor de categorieën en € 50.000 voor de ondercategorieën.

Om hun werk optimaal te kunnen inplannen en teneinde de uitvoering van de werken zonder problemen te kunnen laten verlopen, wordt vooreerst aan de bedrijven die regelmatig met onderaannemers werken dan ook sterk aangeraden nu reeds te controleren of die onderaannemers al dan niet beschikken over een erkenning. Indien dit niet het geval is, is het aangewezen de onderaannemer te verzoeken om zo snel mogelijk een dossier bij de Erkenningscommissie in te dienen. Het voorgaande betekent uiteraard dat alle aannemers die vandaag soms, regelmatig of vaak werken als onderaannemer voor de uitvoering van overheidsopdrachten en die niet erkend zijn, de komende weken een aanvraag tot erkenning dien te doen. Vermits het bekomen van een erkenning een grondige analyse vraagt van het dossier, dient men rekening te houden met een bepaalde termijn die verschilt van geval tot geval en die hangt onder meer af van de goede voorbereiding van het dossier. Het indienen van een volledig dossier is van groot belang voor een vlot verloop van de behandeling van het dossier door de Erkenningscommissie. Hiervoor staan de lokale confederaties klaar om de lidbedrijven van de beroepsorganisatie te helpen bij het vergaren van de verschillende gegevens voor hun dossier en bij het indienen van dit dossier bij de Erkenningscommissie. Contacteer uw lokale confederatie is de boodschap. Er zijn ook formulieren beschikbaar op de website van de FOD Economie.

2. Beperking van de Onderaannemingsketen Principe Het principe van beperking van de onderaanneming voor opdrachten van werken zal worden toegepast rekening houdend met de classificatie van de werken gebruikt door de reglementering op de erkenning van aannemers: – Als de aanbestede opdracht betrekking heeft op een categorie van zogenaamde algemene aannemingswerken als bedoeld in de reglementering op de erkenning van aannemers (categorieën A, B, C, D en zo meer), dan kan de opdracht maximaal drie keer verticaal uitbesteed worden, onder het niveau ( = 0) van de algemene aannemer die de opdracht heeft binnengehaald. – Als de aanbestede opdracht betrekking heeft op een ondercategorie van werken als bedoeld in de reglementering op de erkenning van aannemers (A1, C3, D1, D5, P1 en zo meer), dan kan de opdracht maximaal twee keer verticaal uitbesteed worden, onder het niveau ( = 0) van de aannemer die de opdracht heeft binnengehaald.

SAMENGEVAT: Opdracht die betrekking heeft op een categorie van werken Opdracht die betrekking heeft op een ondercategorie van werken Opdrachtgever Opdrachtgever Algemene aannemer Aannemer Onderaannemer 1 Onderaannemer 1 Onderaannemer 2 Onderaannemer 2 Onderaannemer 3 Versoepeling van het principe

Bij wijze van uitzondering kan een beroep worden gedaan op één extra niveau van onderaanneming (OA4 of OA3, naargelang de betrokken soort opdracht) in de volgende twee gevallen: o Bij onvoorziene omstandigheden, in de zin van artikel 56 van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 op de overheidsopdrachten, en op voorwaarde dat die worden meegedeeld aan de aanbestedende overheid binnen de 30 dagen nadat de omstandigheden zich hebben voorgedaan; o Als de aanbestedende overheid ermee instemt en op voorwaarde dat zij de erkenning van de extra onderaannemer controleert.

3 Verbod om een niveau van onderaanneming in zijn geheel over te dragen aan een andere onderaannemer Een onderaannemer wordt verboden om de hele aan hem aanbestede opdracht uit te besteden. Het gaat om een algemeen principe zonder dat in de reglementering een minimumpercentage van werken is opgenomen dat moet worden uitgevoerd door de onderaannemer die een deel van zijn opdracht wenst uit te besteden. LET OP: het staat vast dat het deel uit te voeren werken betrekking zal moeten hebben op de technische uitvoering van de werken en niet op een activiteit op het gebied van coördinatie of een andere activiteit zonder directe koppeling met de uitvoering van de werken. Controle en sancties De aanbestedende overheid is belast met de controle op de naleving van de regels ter beperking van de onderaanneming.

Elke niet-naleving dient vooreerst het voorwerp uit te maken van de opmaak van een proces-verbaal van vaststelling (conform artikel 44 van koninklijk besluit van 14 januari 2013), dat aan de opdrachtnemer dient te worden verstuurd ( via aangetekende zending of elektronische zending die de exacte datum van verzending waarborgt) en ingevolge waarvan laatstgenoemde beschikt over 15 dagen om de eventuele overtreding van de beperking van de onderaannemersketen te rechtvaardigen. Indien de toestand niet geregulariseerd wordt, dan zal dit aanleiding geven tot toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van de oorspronkelijke aannemingssom, met een maximumbedrag van: o € 5.000/dag voor een opdracht waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan € 10.000.000; o € 10.000/dag voor een opdracht waarvan de oorspronkelijke aannemingssom gelijk is aan of hoger dan € 10.000.000. Voorgaande sanctie loopt tot de dag waarop een einde wordt gesteld aan de inbreuk.